Het Keulse designduo Kaschkasch — Florian Kallus en Sebastian Schneider — heeft zich de afgelopen jaren gevestigd als een van de meest precieze stemmen in het Europese meubeldesign. Hun werk voor HAY, Rolf Benz, Ton en Living Divani deelt één kwaliteit: het oogt vanzelfsprekend. Alsof de vorm nooit een beslissing was, maar er altijd al zo was geweest.
Nu hebben ze voor het eerst met Studiotools samengewerkt. Het resultaat is de Media Cart — een mobiele standaard voor schermen van 55 tot ruim 100 inch, vervaardigd uit massief beukenhout, met een achterpaneel van antracietkleurig akoestisch vilt. En met een logica erachter die het object ver boven een tv-standaard uittilt: met de Conference Kit wordt de Media Cart een compleet all-in-one systeem — voor het scherm, videoconferentietechniek, tot acht Studioboards, twee Cubes en een Toolbox. 32 vierkante meter whiteboardoppervlak, binnen handbereik, in één enkel object.

We spraken met Florian en Sebastian in Keulen — over hout op kantoor, de waardigheid van het achterpaneel en de kunst om een technisch meubelstuk emotioneel gewicht te geven.
Wat was uw eerste reactie toen u de briefing zag?
Florian: Dat het een ongewoon eerlijke briefing was. Niet „maak iets moois voor de vergaderruimte“ — maar een heel duidelijk beeld van hoe teams werken, wat ze nodig hebben en wat tot nu toe niet werkte. Dat bracht ons meteen in een andere denkmodus.
Sebastian: En het paste goed. De manier waarop Studiotools over ruimtes denkt — over flexibiliteit, over wat een object in een ruimte mogelijk maakt of verhindert — dat is een taal die wij kennen. Wij beginnen altijd bij de gebruiker, niet bij de vorm. Hier was de gebruiker heel concreet beschreven.
Hoe heeft u het object benaderd?
Florian: Via een vraag die ons meteen bezighield: hoe maak je een technisch, pragmatisch meubelstuk — in de kern een tv-standaard — emotioneel aantrekkelijk? Niet decoratief. Niet overladen. Maar zo dat je het wilt hebben. Dat het een kwaliteit in de ruimte krijgt die verder gaat dan pure functie en werkelijk iets losmaakt.
Sebastian: Objecten die alleen functioneren, kun je fabriceren. Objecten die iets losmaken — een gevoel van welbevinden, van vertrouwen, het gevoel dat iemand dit heeft doordacht — dat is de echte designuitdaging. Bij een sofa verwacht iedereen het. Bij een displaystandaard bijna niemand. Dat trok ons aan.
Hout is een zeer ongebruikelijke keuze voor een product in dit segment.
Sebastian: Dat is precies wat ons interesseerde. De markt voor tv-standaards en displaymeubilair is overwegend metaal, kunststof, soms aluminium. Allemaal heel technisch, heel koud. Heel „IT-infrastructuur“. Hout doet iets anders. Het brengt een huiselijke warmte het kantoor binnen — een warmte die niet geforceerd aanvoelt, omdat ze in het materiaal zelf leeft in plaats van als kleur of textuur te zijn aangebracht.
Florian: Beukenhout van deze kwaliteit heeft een aanwezigheid die metaal simpelweg niet heeft. Het veroudert anders. Het voelt anders aan. Dat verandert hoe je met het object omgaat — en hoe je je voelt in de ruimte waar het staat. En het past bij de wereld van Studiotools. Het hout van de Media Cart is hetzelfde hout dat u kent van andere Studiotools-producten. Dat is geen toeval — het is wat een ruimte coherent laat aanvoelen zonder haar formeel uniform te maken.

U heeft radii en afgeronde randen gebruikt. In een object dat zo helder en gereduceerd is, is dat een bewuste keuze.
Sebastian: Heel bewust. Sterke geometrie en rechte lijnen hebben kracht. Maar ze kunnen ook een zekere strengheid produceren die in een kantooromgeving snel koud overkomt. De radii halen daar de scherpte vanaf. Ze geven het object een zachtheid — niet in de zin van toegeeflijk of besluiteloos, maar uitnodigend. Je trekt het object niet in twijfel. Het is er gewoon, en het klopt.
Dat is ook iets wat de hele Studiotools-wereld kenmerkt — deze combinatie van heldere geometrie en details die het object menselijker, toegankelijker maken. De Media Cart zet dat voort en ontwikkelt tegelijkertijd de designtaal van Studiotools verder.
Wat was de moeilijkste designuitdaging?
Florian: Reductie. We wilden een object dat heel opgeruimd aanvoelt — waarin de techniek slim is weggewerkt, waar niets zichtbaars is dat er niet hoeft te zijn. Tegelijkertijd is het een object dat grote schermen draagt, kabels moet geleiden, optioneel een installatierooster voor videoconferentietechniek herbergt en een plank heeft. Dat is veel complexiteit die ergens naartoe moet — zonder ooit gezien te worden.
Sebastian: De plank is een goed voorbeeld. Het is plaatstaal — bewust. Tegen het hout oogt hij licht, bijna zwevend. Het hout draagt de warmte, het metaal draagt de lichtheid. Samen creëren ze iets dat groter is dan de som der delen. De plank dringt zich niet op. Hij is elegant juist omdat hij terugtreedt.
En het achterpaneel. Dat bracht u al heel vroeg ter sprake.
Florian: Omdat het het centrale probleem is dat iedereen negeert. Zodra een scherm niet aan de wand hangt — in een open ruimte, een hybride vergaderruimte, een studio — zie je het net zo vaak van achteren als van voren. De helft van de mensen in de ruimte kijkt altijd naar de verkeerde kant. Kabelchaos, metalen steunen, schroefkoppen. Dat is geen bijzaak. Dat is dé zaak.
Sebastian: We besloten heel vroeg: de achterkant wordt ontworpen. Het antracietkleurige akoestische vilt is niet bedoeld als bekleding — het is een oppervlak op zichzelf. Rustig, materieel, aangenaam. En het absorbeert toevallig geluid, wat in ruimtes met veel harde oppervlakken allesbehalve triviaal is. Het achterpaneel kan zich in een ruimte staande houden. Het hoeft zich niet te verontschuldigen.

Een object dat schermen van 55 tot ruim 100 inch draagt. Dat klinkt als een puur technisch probleem — maar u nam het heel serieus.
Sebastian: Omdat het geen puur technisch probleem is. Een scherm van 55 inch en een van 100 inch zijn niet alleen verschillende formaten. Ze hebben verschillende gewichten, verschillende zwaartepunten — en verschillende VESA-montageconfiguraties. Sommige fabrikanten, Sony bijvoorbeeld, plaatsen de VESA-bevestiging onderaan het scherm. Bij andere zit hij gecentreerd. Dat klinkt als een detail. Het verandert alles: de montagehoogte, de hefboomwerking, de ervaren en werkelijke stabiliteit.
Florian: We wilden één object dat dat allemaal afdekt — zonder dat het zichtbaar is. De montagehoogte moet instelbaar zijn afhankelijk van scherm en VESA-positie. En de proporties moeten altijd kloppen. Een klein scherm op een te grote standaard oogt als een kind in een te grote jas. Een groot scherm op een te smalle standaard oogt instabiel, ook al is het dat technisch niet. Geen van beide is acceptabel.
Sebastian: En dan is er de mobiliteit. Het object moet moeiteloos bewegen — ook met een scherm van 100 inch erop. Dat klinkt vanzelfsprekend. Dat is het niet. Het zwaartepunt, de afstand tussen de zwenkwielen — alles samen bepaalt of een object gecontroleerd of wiebelig aanvoelt wanneer je het verplaatst. Daar hebben we lang aan gewerkt voordat het goed voelde.
Florian: Wat voor ons het belangrijkst was: het mag er nooit „opgelost“ uitzien. Als je de Media Cart met een groot scherm ziet, moet het eruitzien als precies de juiste proportie. Alsof er nooit een andere mogelijkheid heeft bestaan. Dat is het echte werk achter de rust van het object.
Laten we het over de Conference-Kit-logica hebben. Dat is veel meer dan een displaystandaard.
Sebastian: Veel meer. En dat was een van de spannendste ontdekkingen in het proces. De Media Cart is het draagsysteem — scherm, camera, techniek. Maar met de Conference Kit wordt het een complete visuele werkomgeving. Tot acht Studioboards, twee Cubes, een Toolbox. 32 vierkante meter whiteboardoppervlak, alles in één compact object.
Florian: Wat ons het meest bezighield was de vraag: hoe presenteer je dat allemaal zonder dat het eruitziet als een overladen opbergmeubel? Het antwoord was: verstop het helemaal niet. Dat is het cruciale punt. Alles blijft zichtbaar, alles blijft binnen handbereik. De boards leunen ertegen, de Toolbox hangt, de Cubes staan. Je ziet wat er is en gebruikt het meteen.
Sebastian: Dat is geen designbeslissing in enge zin — het is toegepaste arbeidspsychologie. Wat je moet zoeken, gebruik je minder vaak. Wat er gewoon is, gebruik je. De Conference Kit is zo gebouwd dat het pakken van een board net zo natuurlijk is als het pakken van een pen. Geen frictie. Geen moment van aarzeling.
Wanneer de boards volledig in gebruik zijn, verandert het ruimtelijke effect compleet.
Florian: Dat was een van de meest verrassende ontdekkingen. Vanaf een bepaalde opstelling kantelt de waarneming. De Media Cart houdt op een meubelstuk te zijn — en wordt een ruimteverdeler. Plotseling ontstaat er organische zonering zonder enige planning. Voor open kantoorconcepten is dat enorm interessant. Je kunt een ruimte in minuten structureren en in minuten weer openen.
Sebastian: Een ruimteverdeler die tegelijkertijd presentatieoppervlak, schrijfoppervlak en technologiedrager is — dat verandert hoe een team in die ruimte werkt. Het is geen meubelstuk meer. Het is een mobiele ruimtelijke structuur.
Kaschkasch werkt gewoonlijk met fabrikanten van woonmeubilair. Wat was er nieuw aan deze opdracht?
Florian: De gebruikscontext is anders. Thuis mag een object introvert zijn — het mag tijd kosten voordat je het begrijpt. In een vergaderruimte moet meteen duidelijk zijn wat het object doet. Tegelijkertijd luidde de briefing: het mag er niet uitzien als een kantoorproduct. Het moet eruitzien als een heel goed object dat toevallig in een kantoor staat. Dat is een smalle lijn — maar precies daar voelen wij ons thuis.
Sebastian: Wat ons verraste, was hoeveel van wat we uit andere domeinen kennen hier direct van toepassing was. Nadenken over materiaalwarmte, over proporties, over details die een object toegankelijker maken — het is hetzelfde werk. Alleen een andere context.
Wat neemt u mee uit deze samenwerking?
Sebastian: Het vocabulaire. De manier waarop Studiotools over ruimtes en gedrag denkt, gaf ons taal voor iets wat we altijd al intuïtief deden. Dat objecten niet alleen moeten functioneren, maar gedrag mogelijk moeten maken of verhinderen. Dat klinkt eenvoudig. Dat is het niet.
Florian: En zin in meer. Met de Media Cart werkten we aan één probleem — het scherm in de ruimte, de techniek die geïntegreerd moet worden, de standaard die geen standaard wil zijn. Er zijn veel andere problemen in dit domein. Die interesseren ons nu. We zijn nog niet klaar.